Bij artrose
wordt de goede werking van het gewricht
compleet verstoord.
Door slijtage raakt het kraakbeen beschadigd. Het oppervlak wordt
ruwer, en de laag kraakbeen dunner. De veerkrachtige
werking gaat voor een groot stuk verloren. Het gewrichtskapsel
krijgt op die manier veel hardere schokken te verwerken.
Daar is het kapsel niet op voorzien, zodat er een
ontstekingsreactie op gang komt. Uiteindelijk raakt
het hele gewricht ontstoken. In dat geval spreken we van
artritis.
Als gevolg van de ontsteking verliest het kapsel zijn elasticiteit.
De gewrichtsvloeistof wordt dunner, en het kraakbeen krijgt onvoldoende
bouw- en voedingsstoffen aangevoerd. Het kraakbeen kan zich niet
meer herstellen, verliest snel zijn kwaliteit, en verdwijnt meer
en meer.
Uiteindelijke wrijven de (harde) botten rechtstreeks
tegen elkaar. De krachten die inwerken op het gewricht worden
niet langer gelijkmatig verdeeld. Het bot probeert dit te compenseren
door zijn draagvlak te verbreden, en
beenachtige
uitgroeisels te vormen. Voor het paard is bewegen
ondertussen een
pijnlijke aangelegenheid geworden.
Goed presteren, ook op bescheiden niveau, is voor een paard met
artrose onmogelijk. Zelfs de dagelijkse weidegang brengt
pijn
en ongemak met zich mee.
Artrose is een direct gevolg van slijtage.
Vroeg of laat krijgen (vrijwel) alle paarden er mee te maken.
Sportpaarden lopen echter een veel hoger risico, omdat
hun bewegingsapparaat telkens opnieuw zwaar wordt belast. Zelfs
als een paard op lager niveau presteert, mag de impact van training
en competitie niet worden onderschat.
Ook paarden die uitsluitend
recreatief, of voor de fokkerij worden gebruikt, worden na verloop
van tijd met artrose geconfronteerd. Niet alleen slijtage kan het
kraakbeen beschadigen. Dat kan ook gebeuren door overbelasting
van één bepaald gewricht (bv. door een verkeerde beenstand),
door OCD, of door een ongelukkige blessure. Tenslotte spelen ook
erfelijke factoren een rol. Bepaalde paarden zijn veel gevoeliger
voor artrose dan anderen.
lees meer...