terugicoon, voorwaartse pijl artrose, wat nu ? wat is glucosamine ?
terugicoon, voorwaartse pijl GlucoHorse Rood GlucoHorse Groen GH Rood steekkaart GH Groen steekkaart verschil rood-groen ook voor honden
terugicoon, voorwaartse pijl gewrichtsproblemen behandeling GlucoHorse msm
terugicoon, voorwaartse pijl kwetsbaar kraakbeen artrose
terugicoon, voorwaartse pijl traditioneel met glucosamine werking
terugicoon, voorwaartse pijl functioneel onderzoek dosering samenstelling
terugicoon, voorwaartse pijl geen zwavel geen effect
terugicoon, voorwaartse pijl beweging wendingen gewicht bodem rol in de voet luisteren verzameling rustdagen GlucoHorse
terugicoon, voorwaartse pijl Marleen en Faro Trinette en Serko Charlotte en Domino Nathalie en Rapsodhy Alexandra en Mieke Michèle en Sundancer Dreamhorse Ranch en Paff Amé en Santo Annet en Blackstar Frencis en Megan Erika en Kobus Daniëlle en Pele Mariette en Lex Axelle en Toscan Sandra en Spooky Marlene en Lodi Jolle en Dario Carole en Naiade Marcel en Melbourne
terugicoon, voorwaartse pijl recent archief nieuwsbrief
terugicoon, voorwaartse pijl veelgestelde vragen vragen uit de praktijk zoeken
terugicoon, voorwaartse pijl faq, deel 1 faq, deel 2 faq, deel 3
terugicoon, voorwaartse pijl pagina's 1-20 pagina's 21-40 pagina's 41-48
terugicoon, voorwaartse pijl pagina 1 pagina 2 pagina 3 pagina 4 pagina 5 pagina 6 pagina 7 pagina 8 pagina 9 pagina 10 pagina 11 pagina 12 pagina 13 pagina 14 pagina 15 pagina 16 pagina 17 pagina 18 pagina 19 pagina 20
terugicoon, voorwaartse pijl pagina 21 pagina 22 pagina 23 pagina 24 pagina 25 pagina 26 pagina 27 pagina 28 pagina 29 pagina 30 pagina 31 pagina 32 pagina 33 pagina 34 pagina 35 pagina 36 pagina 37 pagina 38 pagina 39 pagina 40
terugicoon, voorwaartse pijl pagina 41 pagina 42 pagina 43 pagina 44 pagina 45 pagina 46 pagina 47 pagina 48
terugicoon, voorwaartse pijl bestellen: info bestellen: doen intracommunautair bestellen
terugicoon, voorwaartse pijl hittegolf lentegras rainrot blind ontwormen hoefkraakbeen coronavirus plantaardige glucosamine extreme koude rhinopneumonie en ehv mok atypische myopathie
terugicoon, voorwaartse pijl ontstaan en oorzaken behandeling immuun gerelateerd
terugicoon, voorwaartse pijl GlucoSportivo contact privacybeleid algemene voorwaarden geef ons een link
Icoon, gestileerd beeld van een paard, logo van GlucoSportivoGlucoHorseIcoon, mandjeIcoon, sandwich, menu

Atypische myopathie

Eind maart, en links en rechts worden de eerste esdoornzaailingen gesignaleerd. Mooi is dat, zo'n pril plantje, dat met een fijne stengel en twee blaadjes uit de grond priemt, en straks kan uitgroeien tot een forse boom. Alleen, voor eigenaars van paarden zijn die zaailingen minder goed nieuws. Esdoornzaailingen zijn namelijk extreem giftig, en kunnen bij paarden atypische myopathie veroorzaken. Dat leidt in 70 tot 75% van de gevallen tot overlijden. In België sterven jaarlijks zo'n 50 paarden aan de gevolgen van atypische myopathie. In Nederland zou het om tien paarden gaan, maar dat is waarschijnlijk een forse onderschatting. Lang niet alle gevallen worden namelijk gerapporteerd of zelfs herkend.

We zien groene grassprietjes. Tussen het gras schiet een rood stengeltje op, misschien vijf centimeter hoog. Aan de top van het stengeltje groeien twee groene, langwerpige blaadjes. Het einde is afgerond, de blaadjes groeien in tegenovvergestelde richting.
Een prille esdoornzaailing. Het plantje is een paar dagen tot maximaal twee weken oud.
Atypische myopathie

Wat is atypische myopathie ? Laten we de term eens bekijken. Het is een myopathie, een spierziekte dus, maar een ongebruikelijke, een niet typische spierziekte. Hoezo ongebruikelijk ? Ongebruikelijk in de zin dat atypische myopathie wat symptomen betreft bijzonder goed lijkt op tying-up (spierbevangenheid), maar de omstandigheden, de oorzaak en de gevolgen zijn compleet anders.

Tying-up komt vooral voor bij paarden die (stevig) in het werk staan, atypische myopathie bij paarden die op de weide lopen. Tying-up heeft een genetische component, wat betekent dat bepaalde rassen en bloedlijnen gevoeliger zijn, terwijl atypische myopathie om het even welk paard kan treffen. Bij tying-up raken in hoofdzaak snelle spiervezels (type II) beschadigd, bij atypische myopathie zijn dat de trage spiervezels (type I). En tenslotte, tying-up wordt veroorzaakt door een rits aan factoren, zoals overdreven fysische inspanning, onaangepaste voeding en stress, terwijl atypische myopathie maar één oorzaak heeft, namelijk het eten van organisch materiaal afkomstig van een esdoorn.

We zien een jong plantje dat misschien 10 centimeter hoog is. Een stengel met bovenaan twee blaadjes. De blaadjes staan tegenover elkaar. Ze zijn klein, maar hebben een duidelijk getande vorm, met drie of vijf lobben.
Een wat oudere esdoornzaailing. De jonge langwerpige blaadjes zijn vervangen door het typisch getande esdoornblad. Dit plantje is een paar weken tot misschien een maand oud.
Esdoorn

In België en Nederland groeien en bloeien een tiental verschillende soorten esdoorns. Het merendeel daarvan is ongevaarlijk, maar de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) en de vederesdoorn (Acer negundo) produceren een giftige stof, met name hypoglycine A. De vederesdoorn is een import uit Noord-Amerika, die in Europa zeldzaam blijft, maar de gewone esdoorn komt nagenoeg overal voor. Meer nog, de esdoorn is aan een opmars bezig, waarschijnlijk omdat hij goed bestand is tegen het veranderend klimaat. Daarnaast groeien jonge esdoorns erg snel, waardoor ze gemakkelijk met andere boomsoorten kunnen concurreren. De esdoorn wordt gemiddeld 350 tot 400 jaar oud, met uitschieters tot 600 jaar.

De zaadjes van een esdoorn hangen per twee aan twijgen, met telkens per zaadje een soort vleugel. Komen de zaadjes los, dan lijken het wel kleine helikoptertjes, die vrolijk door de lucht dwarrelen. Net door die helikopter-vorm kunnen esdoornzaden tot 100 meter ver worden meegevoerd met de wind. Kortom, ook als er geen esdoorns onmiddellijk bij een weide staan, dan nog kunnen er esdoornzaadjes in terecht komen.

Hypoglycine A

Alles wat van een esdoorn komt bevat hypoglycine A. De schors, de bladeren, de zaadjes én de zaailingen. De concentratie is het laagst in de schors en het hoogst in de zaailingen, maar kan sterk variëren van boom tot boom, en zelfs binnen de producten van één bepaalde boom. Een paar jaar terug was er veel te doen over het giftige Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea). Esdoornzaailingen zijn veel en veel gevaarlijker. Omwille van de bittere smaak eten paarden zelden of nooit Jacobskruiskruid op de weide. Esdoornzaailingen daarentegen zijn groen en mals, en gaan vlot naar binnen. In principe bestaat er geen veilige ondergrens, maar gemiddeld heeft een volwassen paard al na twintig zaailingen een toxische hoeveelheid hypoglycine A opgenomen. Dat maakt van esdoornzaailingen, meer nog dan bladeren en zaden, het grootste risico op atypische myopathie.

We zien een hele rij verdroogde zaadjes, die twee per twee aan elkaar vastzitten. De zaadjes hebben vleugeltjes, die ongeveer twee tot drie centimeter lang zijn. De zaadjes zitten vast aan een twijgje van een esdoorn.
Esdoorn-zaadjes. Ze hangen per twee aan twijgje, en dwarrelen tijdens de herfst als helikoptertjes naar beneden.
Werking

Hypoglycine A werkt bijzonder snel. Zes tot twaalf uur na het eten van esdoornmateriaal zijn de gevolgen bij het paard al zichtbaar. Hoe hypoglycine A precies werkt is een ingewikkeld verhaal. Het komt erop neer dat bepaalde enzymes worden uitgeschakeld, zodat het vermogen om vetzuren te verbranden volledig wordt geblokkeerd.

Dat heeft grote gevolgen. Een aantal belangrijke spieren van een paard zijn namelijk direct afhankelijk van vetzuren om te functioneren. Het gaat dan om spieren die betrokken zijn bij de ademhaling, om dragende spieren zoals de rug-, bekken- en buikspieren, maar ook om het hart. Samen zijn deze spieren op de achtergrond onafgebroken aan het werk om een paard overeind en in leven te houden. Hun cellen zijn er specifiek op gericht om vetzuren als een constante stroom van energie efficiënt te verbranden.

Na een vergiftiging met hypoglycine A worden vetzuren nog altijd aangevoerd, maar omdat de cellen ze niet langer kunnen verwerken, worden de spieren als het ware uitgehongerd. De cellen proberen dan wel over te schakelen naar glycogeen als brandstof, maar de voorraad glycogeen is beperkt en raakt snel uitgeput. Uiteindelijk sterven de spiercellen massaal af. Dat leidt tot algemene spierzwakte. Paarden kunnen niet meer of nauwelijks op de benen staan, en krijgen te maken met ademhalingsproblemen en hartstoornissen. Grote hoeveelheden spiereiwit (myoglobine) komen in de bloedstroom terecht. De nieren proberen de myoglobine weg te filteren, waardoor de urine donkerrood, bruin, of zelfs zwart verkleurt. Zo'n massale overbelasting van de nieren kan eventueel tot acuut nierfalen leiden.

Symptomen

Welke symptomen wijzen op atypische myopathie ? Een paar daarvan zijn al ter sprake gekomen. De donkere urine bijvoorbeeld. En de ernstige spierzwakte. Een paard met atypische myopathie wil of kan niet meer bewegen. Het draagt het hoofd laag, heeft moeite om te blijven staan, of zakt letterlijk door de benen. Ook spiertrillingen, overmatig zweten en koorts komen veel voor. De getroffen paarden ondervinden daarbij pijn, die soms aan koliek kan doen denken. Echter, in tegenstelling tot paarden met koliek of spierbevangenheid, blijft de eetlust dikwijls aanwezig.

Het tandvlees van een gezond paard is roze, maar bij een paard met atypische myopathie wordt dat fel rood, ongeveer de kleur van een baksteen. Verandert de kleur in de uren of dagen na de vergiftiging naar blauw of grijs, dan wijst dat op een gebrek aan zuurstof in het bloed. Het hart en het ademhalingssysteem zijn op dat moment aan het uitvallen, en het paard kan waarschijnlijk niet meer gered worden.

Vrijwel altijd is de hartslag verhoogd. Bij een gezond paard in rust ligt de hartslag ergens tussen 30 en 44 slagen per minuut. Bij paarden met atypische myopathie kan dat oplopen tot ver boven de 60 slagen per minuut. Opvallend genoeg heeft de gemiddelde hartslag na de vergiftiging een sterke voorspellende betekenis. In 2012 publiceerden G. van Galen en D. Votion, toen nog beiden actief aan de universiteit van Luik, een studie gebaseerd op ruim 350 gevallen van atypische myopathie (link). Daaruit bleek dat overlevers een gemiddelde hartslag hadden van 52 slagen per minuut. Paarden die het niet haalden hadden een hartslag van 63 slagen per minuut. Hoe hoger de hartslag, hoe slechter de prognose was.

We zien in close-up vier bladeren van een esdoorn. Ze staan twee per twee. De bladeren zien er een beetje uit als een hand, met vijf inkepingen. Over de hele rand van de bladeren staan kleine tandjes. De bladeren zijn groen van kleur, maar de twee kleinste en jongste bladeren hebben ook nog een rode tint.
Bladeren van de esdoorn. De bladeren staan twee per twee, zijn getand, en hebben meestal vijf lobben.
Diagnose

Aan de hand van de symptomen en de omgeving zal een dierenarts waarschijnlijk in de richting van atypische myopathie denken. Die diagnose kan bevestigd worden met bloedonderzoek.

Dat begint met het bepalen van de CK (Creatine Kinase) en AST (Aspartate Aminotransferase) waardes. Als beiden verhoogd zijn is er sprake van spierafbraak. CK kan helpen om een onderscheid te maken met spierbevangenheid. Bij een gezond paard ligt de CK-waarde ergens tussen 35 en 330 IU/Liter (International Units). Bij lichte spierbevangenheid spreken we over 1.500 tot 10.000 IU/Liter. Bij ernstige spierbevangenheid kan dat oplopen tot een maximum van 100.000 IU/L. Bij atypische myopathie echter gaat het metéén over honderdduizenden tot miljoenen IU/Liter. In één geval, tot nog toe de hoogste waarde ooit gemeten, werd 7.000.000 UI/Liter vastgesteld. Dat wijst nog een keer op de enorme, massale afbraak van spierweefsel die zich bij atypische myopathie voordoet. Merkwaardig genoeg heeft de CK-waarde geen voorspellende waarde. Met andere woorden, het is perfect mogelijk dat een paard met een CK van 300.000 IU/Liter sterft, terwijl een paard met 1.000.000 IU/Liter de ziekte overleeft. Het 'record'-paard met 7.000.000 UI heeft de vergiftiging trouwens overleefd.

CK en AST testen is belangrijk, ook al omdat de resultaten snel bekend zijn, maar de meest betrouwbare test in verband met atypische myopathie is de C5-acylcarnitine test. Om het eenvoudig te houden, deze test meet de hoeveelheid vetzuren die door de spiercellen niet verwerkt kunnen worden, en in het bloed terecht komen. De C5-test toont niet alleen met zekerheid aan dat het om atypische myopathie gaat, maar heeft ook een grote voorspellende waarde. Bij gezonde paarden is de C5-acylcarnitine waarde kleiner dan 0.1 µmol/Liter (micromol). Bij paarden met een goede prognose gaat het om ongeveer 0.12 µmol/Liter. Bij paarden met een slechte prognose loopt dat op tot 0.75 µmol/Liter, en in extreme gevallen spreken we over waardes hoger dan 1 µmol/Liter, met een gemeten maximum van 4.48 µmol/Liter.

De Universiteit van Luik is hét referentiecentrum in Europa als het over atypische myopathie gaat. In principe is Luik in staat om C5-acylcarnitine onderzoek binnen de 24 uur af te ronden, maar in de praktijk zul je toch op minimaal twee dagen moeten rekenen om de resultaten bij de dierenarts te krijgen. Luik gebruikt trouwens een statistisch model waarbij niet alleen naar C5-acylcarnitine, maar ook naar andere factoren wordt gekeken om de overlevingskansen van een paard te berekenen.

Een rij bomen staan langs een weg. Het zijn esdoorns. Het gaat om vrij hoge bomen, die zich dicht bij de grond splitsen in drie tot vier stammen, en dan vanaf een meter of vier hoogte een brede kruin vormen. De bladeren zijn geel en rood.
Een rij esdoorns in de herfst. De bladeren worden geel, en nog later op het jaar rood.
Behandeling

Tegen hypoglycine A, het gif van de esdoorn, bestaat geen tegengif. De behandeling van atypische myopathie is er dan ook op gericht om de impact van het gif zoveel mogelijk te beperken.

Wat kun je als eigenaar zelf doen, als je denkt dat je paard esdoornmateriaal heeft gegeten ? Metéén een dierenarts bellen. Als het paard nog in staat is om te stappen, zet het dan op stal, en zorg voor een dikke laag strooisel. Als het paard dat niet of nauwelijks meer kan, neem dan geen risico's, en hou het op de weide. Iedere stap vernietigt namelijk meer spiercellen, en kan leiden tot een complete crash of acuut hartfalen. Hou het dier warm. Is het paard nog alert, en heeft het geen slikproblemen, laat het dan water met dextrose of suiker drinken. Geef het muesli (granen) te eten, of ander voer met relatief veel suiker of zetmeel, maar absoluut geen vet. Paarden met atypische myopathie kunnen geen vetzuren verbranden. De bedoeling is dat suiker in de mate van het mogelijke de vetzuren vervangt om de spiercellen van energie te voorzien. Ook luzerne is een goed idee. Luzerne bevat namelijk vitamine B2, wat kan helpen om de uitgeschakelde enzymes te herstellen. Geef zowel eten als drinken in kleine porties.

Wat kan de dierenarts doen ? Waarschijnlijk zal de dierenarts je paard aan een infuus leggen, met de bedoeling om de myoglobine weg te spoelen. Op die manieren raken de nieren niet verder beschadigd. Ook via een infuus zal de dierenarts proberen om suiker en insuline toe te dienen. En natuurlijk zal hij/zij ook voor pijnstilling zorgen. Atypische myopathie vraagt om een intensieve behandeling. In de meeste gevallen is dat thuis niet haalbaar, wat betekent dat de paarden in een kliniek terecht komen.

Het is goed om te beseffen dat de kans op succes vrij beperkt is. In niet meer dan 25 procent van de gevallen overleeft een paard atypische myopathie. Anderzijds, paarden die het wél overleven keren na verloop van tijd nagenoeg allemaal terug naar hun oorspronkelijke conditie en atletisch vermogen.

Preventie

Atypische myopathie is moeilijk te behandelen, en dat maakt de ziekte voorkomen des te belangrijker. Esdoorns zijn mooie bomen, maar ze hebben geen plaats bij een paardenweide. Het is of de bomen, of de paarden, maar de twee gaan niet samen.

Ook als er geen esdoorns in de buurt staan blijft het nuttig om de weide in het voorjaar een paar keer te inspecteren, des te meer als die weide ook gebruikt wordt om hooi te produceren. Esdoornzaadjes kunnen vrij grote afstanden afleggen, en de zaailingen die vervolgens in het voorjaar opschieten zijn extreem giftig. Hypoglycine A is een opvallend stabiele stof. Gedroogde zaailingen die eventueel in het hooi terecht komen, of doodgespoten zaailingen die op de weide blijven staan, blijven net zo giftig als de originele levende exemplaren.

Zaailingen kun je uiteindelijk alleen verwijderen door ze handmatig met de wortel uit de grond te trekken. Hypoglycine A is ook voor mensen erg toxisch. Natuurlijk, mensen eten geen zaailingen, maar als de stengels gekneusd of beschadigd worden komt er sap vrij, en dat sap bevat wel degelijk hypoglycine A. Was dus je handen grondig na afloop, of draag handschoenen tijdens het werk. Nee, zaailingen trekken is niet het leukste werk, maar het is wel de enige manier om je paarden te beschermen tegen atypische myopathie.

Share on Facebook
Tweet
Pin it
Send email